Volg ons

Uitgelicht

ZOMERSERIE | Zwart Wit’28 emancipeert het zaterdagvoetbal

ZOMERSERIE | Zwart Wit’28 emancipeert het zaterdagvoetbal

In onze zomerserie blikken we terug op de duels om het algeheel amateurkampioenschap, die lange tijd het hoogtepunt vormden van het amateurvoetbalseizoen. Met de introductie van de Tweede Divisie in 2016 kwam een einde aan deze traditie. In de derde aflevering aandacht voor de titelstrijd in 1971 tussen Zwart Wit’28 en Caesar, die zorgde voor een groeiend zelfvertrouwen bij het zaterdagvoetbal.

“Het zaterdagvoetbal is niet achterlijk meer”, kopt Het Vrije Volk na de overwinning van Zwart Wit’28 uit Rotterdam op Caesar uit het Zuid-Limburgse Beek. Het is met de huidige verhoudingen amper nog voor te stellen, maar begin jaren zeventig voelt het zaterdagvoetbal zich nog duidelijk achtergesteld bij de collega’s op zondag. Ook trainer Wim van der Gijp – telg uit de befaamde Van der Gijp-dynastie – van ZwartWit’28 had aanvankelijk diezelfde gedachten voordat hij aan de slag ging bij de Rotterdammers. “Een Jaar of vijf geleden zag ik het zaterdagvoetbal ook niet zo zitten. Tien mensen langs de lijn en dan maar hollen jongens, zó ongeveer stelde ik het me voor. Waanzin natuurlijk, maar als je ’t mij vraagt is Caesar met een soortgelijke gedachte hierheen gekomen. Zo van: Ach, dat zaterdagvoetbal is toch eigenlijk maar niks.”

Zijn collega Chiel Haenen wil echter niets weten van de vermeende onderschatting en laat er echter geen misverstand over bestaan dat hij ZwartWit’28 de verdiende kampioen vindt. “Zwart Wit is gewoon iets harder en dan in de goede betekenis van het woord. Er was steeds een Rotterdammer een fractie van een seconde eerder bij de bal. Ze waren ook gewoon wat harder in de tackle. In dat opzicht hoop ik dat we toch wat hebben geleerd van deze wedstrijden”, zegt hij in Trouw.

Verfijnd combinatiespel
In dat opzicht werd de tweestrijd een duel dat nog decennialang zou gelden als typerend voor een zaterdag-zondag-duel. Caesar met verfijnd combinatiespel vanuit het middenveld, terwijl Zwart Wit er stevig in gaat en de bal direct naar voren gooit. De eerste helft van de eerste wedstrijd in Beek is daarvoor al typerend. Caesar voetbalt, maar is te voorspelbaar, terwijl Zwart Wit kort voor rust direct genadeloos toeslaat via Ferry ter Mors. Caesar dringt na rust aan, maar in het Rotterdamse doel keept Ger Reitsma zich naar een heldenrol. Kort voor tijd moet hij toch capituleren op een inzet van Alouis Rutten.

Bij de return in Rotterdam laat Caesar zien ook mentaal niet opgewassen te zijn tegen de zaterdagkampioen, want een snelle tegentreffer van Ton Viergever komt de ploeg moeizaam te boven. Alleen de laatste fase voor rust zijn de Limburgers de bovenliggende partij. Als Frans Steur na rust de 2-0 scoort is het duel beslist en voegt Zwart Wit’28 een belangrijk hoofdstuk toe aan de emancipatie van het zaterdagvoetbal.

Vermeende zelfgenoegzaamheid
De 5.500 toeschouwers op sportpark De Vaan laten zien dat de titelstrijd aan prestige wint, maar nog altijd lukt het niet de wedstrijden te plannen aan het slot van het seizoen. Ook dit keer is de strijd in augustus en dat doet nog altijd geen recht aan de wedstrijden. Dat het in het vermeende zelfgenoegzame zondagkamp minder leeft lijkt ook geïllustreerd te worden aan de publieke belangstelling in Beek. De teller stokt daar bij een kleine tweeduizend terwijl enkele maanden eerder de beslissingswedstrijd om de afdelingstitel tegen Almania uit Sittard wordt gespeeld voor 18.000 (!) toeschouwers in een afgeladen stadion De Baandert.

14/08/1971
Caesar – Zwart Wit’28 1-1
0-1 Ter Mors, 1-1 Rutten; 2.000 toeschouwers

21/08/1971
Zwart Wit’28 – Caesar 2-0
1-0 Viergever, 2-0 Steur; 5.500 toeschouwers

Gevallen grootmacht
Zwart Wit’28 was jarenlang het zaterdagvoetbalbolwerk in Rotterdam-Zuid. “Feyenoord was alles op Zuid, maar daarna kwam direct Zwart Wit’28” zei clubicoon Henny Troost daar ooit over. Hard teruglopende toeschouwersaantallen in combinatie met een te dure huishouding voor de selectie zorgden vanaf de jaren negentig voor een terugval. Die leidde in 2004 tot het treurige einde van de club. Kort na het uitgesproken faillissement brandde de accommodatie tot de grond toe af.

Hoogtijdagen voorbij
Behalve in 1971 werd Caesar ook een jaar later en in 1980 nog eens afdelingskampioen. Na de degradatie uit de hoofdklasse in 1987 kelderde de club in razend tempo, totdat het zich in 1995 met pijn en moeite in de vierde klasse handhaafde. Daarna krabbelde Caesar weer op en inmiddels is het al een jaar of vijftien een stabiele en gezonde club, die meestal in de tweede klasse verblijft.

Geraadpleegde bronnen:

  • Trouw (via Delpher.nl)
  • Het Vrije Volk (via Delpher.nl)
  • NRC Handelsblad (via Delpher.nl)
  • Limburgs Dagblad (via Delpher.nl)
  • Voetbalarchieven.nl

Foto via zwartwit28.nl

Advertentie
Advertentie

Meer over Uitgelicht