Volg ons

Tweede Divisie

REPORTAGE | Als ras-Katwijker sfeerproeven bij de Spakenburgse Derby

REPORTAGE | Als ras-Katwijker sfeerproeven bij de Spakenburgse Derby

Als Katwijker staat het begrip ‘Derby’ symbool voor de diepgewortelde strijd en vergaande rivaliteit tussen Katwijk en Quick Boys. Des te interessanter om Voetbal247.nl-verslaggever en ras-Katwijk-supporter op pad te sturen naar die andere Derby: de Spakenburgse twist tussen Rood en Blauw. Een sfeerreportage van de Derby Donderdag van Spakenburg en IJsselmeervogels.

Er is voor mij maar één derby die telt. Alhoewel, telt… Sinds de invoering van de Topklasse (en later de Tweede Divisie) heeft de tweestrijd tussen Katwijk en Quick Boys slechts één seizoen op het programma gestaan en daar ben ik (en vele Katwijk-supporters met mij) niet rouwig om. De rivaliteit en haat die ik voel naar Quick Boys is niet die van het ‘ik sla je op je bek’-niveau, maar het zit wel degelijk in me. Tegelijkertijd is er ook het besef dat het eigenlijk totale onzin is, maar met de verklaring dat de onzin onschuldig van aard is pleit ik mezelf ook gemakkelijk weer vrij. En vraag ik mijn kinderen om andere kleuren gansjes te gebruiken met ganzenbord als één met een blauwe en de ander met een witte gans speelt, heb ik geen enkel blauw wit gestreept shirt in mijn collectie voetbalshirts zitten, weiger ik te drinken uit een blauw wit rietje en juichte ik nooit als Dirk Kuijt scoorde voor Feyenoord of het Nederlands elftal.

Maar hoe groot de rivaliteit tussen Katwijk en Quick Boys ook is, er zijn maar een paar duizend mensen die hetzelfde voelen als ik en meer dan de helft is nog tegen me ook! Dat gegeven en mijn nieuwsgierigheid naar hoe andere mensen bij andere clubs omgaan met hun rivalen en hun haat bracht mij op het idee om de rivaliteit op een andere plaats aan den lijve te ondergaan. En is er dan geen plaats mooier dan de plaats waar men claimt dat hun derby groter dan De Moeder Aller Derby’s: Bunschoten-Spakenburg. Omdat ik geen wedstrijd van mijn clubje wil missen en ik denk dat ik op de wedstrijddag zelf niet het echte verhaal rond de rivaliteit tussen Rood en Blauw boven water ga krijgen, besluit ik om op donderdag naar Spakenburg af te reizen en beide derbyavonden te bezoeken. Onder de bezielende leiding van een Rooie en een Blauwe gastheer ga ik op zoek naar hun gevoelens, hun drijfveren, hun derby, hun rivaliteit en hun haat. Is De Derby Der Derby’s echt groter dan De Moeder Aller Derby’s?

Donderdagavond even na achten. Ik sta voor de poorten van De Westmaat te wachten op mijn gastheren Perrie Voorbach (IJsselmeervogels) en Tijmen Beekhuis (Spakenburg). Met enige verbazing kijk ik hoe het langzaamaan drukker wordt op beide sportparken. Groepjes supporters komen aan, Rood en Blauw door elkaar. Sommigen kopen nog hun kaarten bij het loket van Spakenburg, maar de meesten zetten hun fiets op slot en wandelen rustig naar hun gedeelte van De Westmaat. Ik denk me in hoe groot de hartverzakking bij de lokale autoriteiten in Katwijk zou zijn als de ingangen van de sportparken van Katwijk en Quick Boys zo dicht bij elkaar zouden liggen, als Tijmen aankomt met de fiets en Perrie uit de kantine van IJsselmeervogels komt lopen. Na een warme begroeting besluiten we gezamenlijk het derbyavond-hoppen aan de Blauwe zijde van de Westmaat te beginnen.

Bij het betreden van de Blauwe zijde van de Westmaat voel ik enige animositeit opborrelen. Natuurlijk ben ik radioverslaggever namens RTV Katwijk en schrijf ik voor Voetbal247.nl, maar dat zijn ‘slechts’ (vrijwillige) functies. In mijn hart ben ik Katwijk-supporter en het hart klopt zolang je leeft. De rivaliteit tussen mijn club en de club waar ik nu naar binnen loop is mij niet onbekend en ik ben er ook zeker niet ongevoelig voor. Perrie loopt ogenschijnlijk onberoerd naast me en voor Tijmen is het thuiskomen. Het sportpark zelf ziet er heel anders uit dan ik gewend ben. Dankzij de geplaatste noodtribunes is er compact Blauw stadion ontstaan waar zaterdag de beide grootmachten het kampioenschap van Bunschoten gaan uitvechten. Op het veld leidt John de Wolf de training, een aantal mensen volgen aandachtig de verrichtingen van de ploeg, de rest van de mensen heeft zich verzameld onder de luifel voor de kantine. Met een biertje in de hand wordt de dag doorgenomen en voorzichtig voorbeschouwd naar wat zaterdag komen gaat. In de kantine draait een dj de grootste hits uit de categorie ‘Hollands, gezellig’. Ik heb een eerste raakvlak gevonden met mijn eigen clubje.

Na een eerste drankje en een bakje kibbeling vraag ik aan Tijmen en Perrie of verschillen zijn te benoemen zijn in het publiek dat de beide clubs trekken. Beide mannen beamen dat die er wel degelijk zijn. ,,IJsselmeervogels is van oudsher de club waar de meeste visboeren te vinden zijn,” legt Tijmen uit. ,,Het sponsorbestand is ook breder dan hier. Wij hebben vijf heel grote sponsoren, met daaronder een grote groep kleinere, bij IJsselmeervogels is het in de breedte groter.” Mijn eerste twee voorzichtige conclusies zijn dat Spakenburg de volksclub van de twee is en daarmee, qua DNA, veel dichter bij Katwijk ligt dan ik dacht en dat het best gek is dat bij de club met de meeste visboeren kippenvleugeltjes op het menu staan op de derbyavond en bij de ander kibbeling. Met een glimlach hoppen we gezamenlijk van Blauw naar Rood.

Bij IJsselmeervogels is de training ten einde, maar staan de spelers nog op het veld. Ze tikken rustig een balletje rond en wachten op gaat komen. Inmiddels ben ik aan beide kanten bij diverse mensen geïntroduceerd, maar word ik nog niet heel veel wijzer over hoe groot de emoties tussen Rood en Blauw nu precies zijn. Zeker wanneer bekend is dat ik uit Katwijk kom is de reactie vaak dat het ‘bij ons’ wel gekker is dan hier. Dan doven de lichtmasten, worden Gerry & The Pacemakers weer eens afgestoft en barst er een groot vuurwerk los. Het vertrouwen is groot bij de koploper van de Tweede Divisie. ,,Laat de Blauwen maar komen,” klinkt het uit de kelen van Midden Noord en ik zeg tegen Perrie dat ik het vertrouwen misschien wel iets te groot vind. Uit de rugzak van mijn derby-ervaringen zijn het juist de derby’s waar ik het grootste vertrouwen vooraf had de wedstrijden die in de grootste teleurstellingen eindigde.

,,Het zal bij ons ook echt niet gezellig zijn,” zegt Perrie, voortbordurend op een eventueel verlies. ,,Bij IJsselmeervogels zijn we eigenlijk nooit tevreden, het moet altijd meer en beter. Dat kan wat arrogant overkomen, maar het heeft ons ook wel gebracht waar we nu zijn.” Later op de avond vult Tijmen het bredere perspectief aan. ,,De rivaliteit heeft ons beiden omhoog gestuwd op diverse niveaus. Wij een sporthal, zij een sporthal. Zij een grote tribune, wij een grote tribune. Ook in de jacht op kwalitatief goede spelers hebben de clubs vaak snel en daadkrachtig gehandeld. Daarin werd ook regelmatig diep in de buidel getast uit angst dat de ander er met een bepaalde speler vandoor zou gaan.” Omdat het vuurwerk bij de Blauwen wat kleinschaliger werd aangepakt dan bij de Rooien, liepen we die sfeeractie tijdens het hoppen mis. Het zegt wel iets over hoe men Spakenburg toeleeft naar de Derby Der Derby’s. De sfeer is minder uitgelaten dan bij de buren.

Wat ik wel bij beide kampen merk is de trots dat zij onderdeel zijn van de grootste amateurderby van Nederland. Met enige regelmaat wordt mij gevraagd of ik onze derby niet mis en als ik dan antwoord dat ik de huidige situatie ook echt heel grappig vind, wordt er soms vreemd opgekeken. Natuurlijk werd bij IJsselmeervogels keihard ‘We Are The Champions’ gedraaid toen Spakenburg degradeerde en ging Jeffrey Jongeneelen van Rijnsburgse Boys op de schouders op het rode gedeelte van de Westmaat, nadat de Uien het laatste zetje naar beneden hadden gegeven aan de Blauwen. Natuurlijk werd er aan de andere kant meer dan gegrinnikt toen Rood aan de verkeerde kant van de streep stond toen er gestart werd met de Tweede Divisie, maar het moet allemaal ook niet te lang duren. Een inkijkje over de organisatie in de sporthal van Spakenburg zegt me voldoende. Deze wedstrijd is groots en wordt derhalve ook groots aangepakt.

Maar ondanks het feit dat de onderlinge haat er echt wel is (een oma die haar kleinzoon vertelt dat ze die andere ingang niet nemen, omdat daar de wilde beesten zitten, prachtige anekdote werkelijk, HK), leeft bij beide clubs vooral de trots dat zo’n klein dorp zo’n grote wedstrijd binnen de grenzen heeft. Waar Katwijk en Quick Boys grote clubs zijn ondanks de rivaliteit zijn IJsselmeervogels en Spakenburg dat mede dankzij hun rivaliteit. En dat maakt deze derby groots in al zijn kneuterigheid.

Advertentie
Advertentie

Meer over Tweede Divisie